Waarom zetten bodemenergieplannen gesloten bodemenergie systemen vaak op slot?

Waarom zetten bodemenergieplannen gesloten bodemenergiesystemen vaak op slot?

Een gesloten bodemenergiesysteem wisselt warmte en koude uit met de bodem via gesloten bodemlussen, zonder grondwater te verpompen. Steeds meer gemeenten leggen in bodemenergieplannen een maximale boordiepte op aan deze systemen. Het doel daarvan is logisch: de ondergrond ordenen, interferentie voorkomen en bodemenergie toegankelijk houden voor alle toekomstige gebruikers. Maar in de praktijk maakt zo’n diepterestrictie gesloten bodemenergie vaak technisch, ruimtelijk en financieel veel lastiger haalbaar.

Wat is een bodemenergieplan en waarom stuurt het op diepte?

Een bodemenergieplan is een plan waarmee een gemeente of overheid de ondergrond ordent voor bodemenergiesystemen. Het doel is interferentie voorkomen en bodemenergie toegankelijk houden voor toekomstige gebruikers. Om open systemen te beschermen, leggen veel plannen gesloten systemen een maximale boordiepte op. De druk op de ondergrond neemt toe. Bodemenergie speelt in 2026 een belangrijke rol in het verduurzamen van woningen, appartementencomplexen en gebiedsontwikkelingen. Het ordenen van die ondergrond is op zichzelf een goede ontwikkeling.

De keerzijde zit in de uitvoering. Veel bodemenergieplannen beschermen open bodemenergiesystemen door gesloten systemen een maximale boordiepte op te leggen. Gesloten bodemlussen mogen dan bijvoorbeeld niet dieper dan circa 60 of 70 meter, vaak tot aan het eerste of tweede watervoerende pakket. Op papier blijft gesloten bodemenergie mogelijk, maar in de praktijk wordt het systeem vaak moeilijk haalbaar.

Waarom is een diepterestrictie nadelig voor een gesloten bodemenergiesysteem?

Een gesloten bodemenergiesysteem haalt zijn capaciteit uit de lengte van de bodemlus. Hoe meer effectieve luslengte beschikbaar is, hoe meer bodem er is om warmte en koude mee uit te wisselen. Bij een beperkte boordiepte zijn er daarom veel meer boringen nodig voor dezelfde energievraag. Daarom worden gesloten bodemenergiesystemen in de praktijk vaak ontworpen met boringen van bijvoorbeeld 150, 250 of 300 meter. De exacte diepte hangt af van de energievraag, de bodemopbouw, de beschikbare ruimte en het ontwerp van het systeem.

Mag een bodemlus slechts tot circa 60 of 70 meter, dan zijn er veel meer boringen nodig. Dat heeft directe gevolgen:

  • meer ruimtebeslag op de kavel
  • veel hogere aanlegkosten
  • meer horizontaal leidingwerk
  • meer ontwerpcomplexiteit
  • minder kans dat het systeem binnen de eigen kavel past

Daarmee wordt gesloten bodemenergie niet letterlijk verboden, maar in de praktijk vaak bijna onmogelijk gemaakt. En dat is precies het probleem.

Wanneer is gesloten bodemenergie de logische keuze?

Bij woningen, appartementencomplexen en middelgrote utiliteitsgebouwen is gesloten bodemenergie vaak de logische oplossing. Een gesloten systeem vraagt geen grondwateronttrekking en heeft geen warme en koude bronfilters nodig. Het is minder afhankelijk van specifieke zandlagen en kan per gebouw of collectief worden toegepast. Dat maakt het goed toepasbaar bij projecten met VvE’s, woningcorporaties, gefaseerde bouw of meerdere ontwikkelaars. Niet elk gebouw past logisch op een groot collectief open bodemenergiesysteem. Bij grote collectieve projecten kan een open systeem heel efficiënt zijn. Bij kleinere woongebouwen of gefaseerde ontwikkelingen is gesloten bodemenergie eenvoudiger, beter organiseerbaar en beter passend. Het gaat dus niet om open of gesloten. De kracht zit in het slim combineren van beide technieken.

Kunnen open en gesloten bodemenergiesystemen naast elkaar bestaan?

Ja, in veel situaties kunnen open en gesloten bodemenergiesystemen goed naast elkaar functioneren. Een veelgebruikt argument voor diepterestricties is het voorkomen van beïnvloeding tussen open en gesloten bodemenergiesystemen.

Dat aandachtspunt is terecht. Bodemenergiesystemen mogen elkaar niet zo negatief beïnvloeden dat de werking of het rendement van een ander systeem eronder lijdt. In de praktijk wordt de invloed tussen open en gesloten systemen echter vaak groter voorgesteld dan hij werkelijk is.

Wat blijkt uit onderzoek naar interferentie? Relevante beïnvloeding ontstaat pas als systemen elkaar zowel in afstand als in diepte raken. Die diepte-overlap is de bepalende factor. Een open systeem beïnvloedt een gesloten systeem vooral wanneer het grondwater onttrekt of infiltreert in hetzelfde dieptetraject waar de gesloten bodemlussen hun werk doen. Ontbreekt die overlap, of is die beperkt, dan daalt de kans op negatieve effecten sterk.

De cijfers ondersteunen dit beeld. In doorgerekende scenario’s blijkt de invloed van gesloten systemen op het rendement en het elektriciteitsverbruik van open systemen soms zeer klein, in bepaalde gevallen rond de 0,4 procent. Daar komt bij dat beïnvloeding niet per definitie nadelig is. Een gesloten bodemlus die dicht bij een warmtebron ligt, kan juist profiteren van een hogere bodemtemperatuur. De warmtepomp werkt dan efficiënter.

Om die reden beoordeelt de praktijk niet of er überhaupt enig effect optreedt, maar of het doelmatig functioneren van een ander systeem echt wordt geschaad. Dat antwoord hangt af van het ontwerp: afstand, diepte, bodemopbouw, grondwaterstroming, warmteonttrekking, warmtegeleiding en energiebalans bepalen samen de uitkomst.

Een generieke diepterestrictie voor gesloten systemen schiet daarom vaak zijn doel voorbij. Een dieper gesloten systeem levert niet automatisch een probleem op voor een open systeem. Beoordeel het werkelijke ontwerp, niet de techniek op voorhand. Per project naar de daadwerkelijke effecten kijken is logischer dan gesloten systemen vooraf generiek te beperken.

Beschermen van open systemen mag geen blokkade worden

Het is begrijpelijk dat gemeenten ruimte willen reserveren voor open bodemenergiesystemen. Bij grotere gebiedsontwikkelingen vormen open systemen vaak een efficiënte oplossing.

Het beschermen van die open systemen mag echter niet betekenen dat gesloten systemen standaard worden teruggebracht tot een diepte waarop ze nauwelijks nog rendabel of haalbaar zijn. Op dat moment ontstaat geen techniekneutrale ordening van de ondergrond meer, maar een plan dat één techniek feitelijk voorrang geeft.

Een goed bodemenergieplan stuurt op aantoonbare effecten. De vragen die daarbij horen zijn helder: ontstaat er negatieve beïnvloeding tussen systemen, wordt de bodem doelmatig gebruikt, is het systeem veilig aan te leggen, past het binnen de beschikbare ruimte, en blijft bodemenergie ook voor toekomstige gebruikers beschikbaar?

Dat zijn terechte vragen. Het verschil zit in hoe je ze beantwoordt. Die afweging hoort per project plaats te vinden, op basis van het werkelijke ontwerp. Niet door gesloten bodemenergiesystemen vooraf standaard te beperken tot een ondiep pakket.

Lees meer over hoe een bodemwarmtepomp werkt

Van vaste diepterestricties naar projectspecifieke afweging 

Bodemenergieplannen kunnen veel waarde hebben. Ze helpen om de ondergrond goed te ordenen en bodemenergie beschikbaar te houden voor toekomstige gebruikers. In de praktijk gebeurt echter iets anders. Veel bodemenergieplannen zetten gesloten systemen juist op slot.

Door open systemen te beschermen met vaste diepterestricties voor gesloten systemen, wordt gesloten bodemenergie vaak moeilijk haalbaar. En dat terwijl open en gesloten systemen in veel situaties prima naast elkaar functioneren en de onderlinge invloed beperkt blijft. Bij woningen en appartementencomplexen is gesloten bodemenergie bovendien vaak een passende, robuuste en goed te organiseren oplossing.

Een bodemenergieplan moet daarom techniekneutraal blijven. De insteek zou niet moeten zijn: open systemen beschermen door gesloten systemen standaard ondiep te houden. De insteek hoort te zijn: per project beoordelen welke combinatie van open en gesloten bodemenergie technisch, ruimtelijk en energetisch het meest logisch is.

Een plan dat bedoeld is om bodemenergie mogelijk te maken, mag een groot deel van die oplossing niet onbedoeld op slot zetten.

Twijfel je of gesloten bodemenergie binnen jouw bodemenergieplan past?

  Vraag een vooronderzoek aan bij Remborg Bodemenergie

Veelgestelde vragen

Wat is een bodemenergieplan?

Een bodemenergieplan is een plan waarmee een gemeente of overheid de ondergrond ordent voor bodemenergiesystemen. Het doel is bodemenergie doelmatig gebruiken en voorkomen dat systemen elkaar onnodig beïnvloeden.

Wat is het verschil tussen open en gesloten bodemenergie?

Bij open bodemenergie wordt grondwater onttrokken en geïnfiltreerd via warme en koude bronnen. Bij gesloten bodemenergie wordt geen grondwater verpompt, maar wisselt het systeem warmte en koude uit via gesloten bodemlussen.

Waarom is een diepterestrictie nadelig voor gesloten bodemenergie?

Een gesloten bodemenergiesysteem haalt zijn capaciteit uit de lengte van de bodemlus. Wordt de boordiepte beperkt, dan zijn er meer boringen nodig voor dezelfde energievraag. Dat leidt tot meer ruimtebeslag, meer leidingwerk en hogere kosten.

Kunnen open en gesloten bodemenergiesystemen naast elkaar bestaan?

Ja, in veel situaties kunnen open en gesloten systemen goed naast elkaar functioneren. De daadwerkelijke invloed hangt af van afstand, diepte, bodemopbouw, grondwaterstroming en energiebalans. Daarom is een projectspecifieke beoordeling belangrijk.

Is dit een pleidooi tegen open bodemenergie?

Nee. Open bodemenergie kan bij grote projecten juist heel efficiënt zijn. Het punt is dat gesloten bodemenergie ook een volwaardige plek moet houden, vooral bij woningen, appartementen en gefaseerde gebiedsontwikkelingen.