Mini-warmtenetten op basis van een gesloten bodemenergiesysteem krijgen steeds meer aandacht. Het idee: meerdere woningen koppelen op één collectief gesloten bodemenergiesysteem. Op papier klinkt dat aantrekkelijk. Eén gedeeld bronsysteem, kostenefficiënt realiseren en efficiënt gebruik van bodemlussen. Zeker een interessant concept, maar ook een concept dat kritisch bekeken moet worden.
Wat is een mini-warmtenet op basis van bodemenergie?
Een mini-warmtenet is een kleinschalig collectief warmtesysteem waarbij meerdere woningen of gebouwen via één gedeeld bronsysteem worden voorzien van warmte en eventueel koude. Bij een mini-warmtenet op basis van bodemenergie is dat gedeelde bronsysteem een gesloten bodemwarmtewisselaar veld waar meerdere bodemwarmtepompen op zijn aangesloten.
Het verschil met een groot warmtenet zit in de schaal. Een mini-warmtenet bedient een handvol woningen tot enkele tientallen, terwijl een regulier warmtenet hele wijken of steden bedient.
Wat zijn ZLT-warmtenetten dan?
ZLT-warmtenetten staat voor Zeer Lage Temperatuur Warmtenetten. Mini-warmtenetten die gebruik maken van een bodemwarmtepomp is altijd een ZLT-warmtenet. Een ZLT-warmtenet is een net waarbij het leidingnet water of een water/glycolmengsel op een zeer lage temperatuur transporteert. Het net levert dus geen direct bruikbare warmte zoals bij een traditioneel warmtenet, maar transporteert vooral bronenergie.
Bij een traditioneel warmtenet wordt warm water op hoge temperatuur naar woningen gebracht. Bij een ZLT-warmtenet ligt de temperatuur juist veel lager, vaak rond de natuurlijke temperatuur van de bron. De warmte wordt daarom pas lokaal opgewaardeerd met een warmtepomp in de woning of het gebouw.
Een mini-warmtenet met individuele bodemwarmtepompen per woning werkt in de praktijk vaak als zo’n ZLT-net. Het collectieve leidingnet transporteert dan geen warm water voor verwarming, maar lage temperatuur bronenergie vanuit het gesloten bodemenergiesysteem naar de woningen.
Bij gesloten bodemenergie ligt de brontemperatuur vaak rond de 10 tot 14 graden. Dat is te laag om een woning direct mee te verwarmen of warm tapwater mee te maken. Daarom heeft iedere woning een eigen water/water-warmtepomp die deze lage temperatuur lokaal verhoogt naar een bruikbaar niveau voor ruimteverwarming en tapwater.
Het mini-warmtenet is in deze configuratie dus eigenlijk een gedeeld bronnet: collectief aan de bronzijde, maar met individuele warmteopwekking per woning. Daarom wordt een mini-warmtenet met bodemwarmtepompen vaak ook een ZLT-net genoemd.
Wij realiseren al jaren gesloten bodemenergiesystemen voor mini-warmtenetten
Bij appartementencomplexen en gestapelde bouw wordt dit concept al tientallen jaren toegepast. Meerdere appartementen worden gekoppeld op één collectief bronsysteem, waarbij de broncapaciteit, warmtepompen, leidingwerk en afgifte vanaf het begin goed op elkaar worden afgestemd.
Bij dit soort projecten is collectieve bodemenergie ook logisch. De woningen liggen boven elkaar, het leidingwerk is overzichtelijk en het systeem kan als geheel worden ontworpen.
Ook is bij appartementencomplexen vaak al sprake van collectief eigendom of beheer, waardoor afspraken over eigendom, onderhoud en kostenverdeling van een gezamenlijk bronsysteem doorgaans beter te organiseren zijn.
Mini-warmtenetten bij grondgebonden woningen
Bij grondgebonden woningen ligt de afweging tussen mini-warmtenet en individuele bron genuanceerder. Dat geldt voor bestaande bouw, maar ook voor nieuwbouw.
Mini-warmtenetten bij nieuwbouw
Bij nieuwbouw zijn de randvoorwaarden vaak beter te organiseren. De woningen worden tegelijk ontworpen, de warmtevraag is vooraf goed te bepalen en de bronlocatie, leidingtracés, technische ruimtes en afgiftesystemen kunnen vanaf het begin op elkaar worden afgestemd. Ook kunnen direct de juiste bodemwarmtepompen, bronpompen en regeltechniek worden gekozen en kunnen afspraken over eigendom, beheer en onderhoud vooraf goed worden vastgelegd.
Toch betekent dit niet automatisch dat een mini-warmtenet altijd de beste keuze is. Ook bij nieuwbouw moet worden bekeken of één collectief bronsysteem echt meerwaarde biedt ten opzichte van individuele bronnen per woning.
Mini-warmtenetten bij bestaande bouw
Bij bestaande grondgebonden woningen is de uitdaging groter. Voordat een mini-warmtenet logisch wordt, moeten de woningen eerst goed worden beoordeeld: hoe goed zijn ze geïsoleerd, wat is de warmtevraag, koudevraag en tapwatervraag, is het bestaande afgiftesysteem geschikt en hoeveel ruimte is er beschikbaar voor de warmtepomp, boilervat en leidingtracés?
Bij bestaande woningen is die flexibiliteit hierdoor vaak beperkt. Je hebt te maken met bestaande radiatoren of vloerverwarming, bestaande leidingroutes, beperkte installatieruimte en woningen die onderling sterk kunnen verschillen. De ene woning is goed na-geïsoleerd en geschikt voor lagetemperatuurverwarming, terwijl de andere woning eerst nog bouwkundige of installatietechnische aanpassingen nodig heeft.
Collectief betekent niet altijd minder bronnen
Een gesloten bodemenergiesysteem wordt ontworpen op basis van de gebouwzijdige vermogens- en energievraag. Het collectief koppelen van meerdere woningen verandert die vraag niet. Als de aangesloten woningen samen veel warmte vragen, moet het collectieve bronsysteem daarop worden afgestemd. Een gedeelde bron betekent dus niet automatisch altijd minder bodemlussen of een kleiner bronveld.
Daarbij komt nog het leidingwerk. Bij grondgebonden woningen liggen de afstanden tussen bron en warmtepompen vaak verder uit elkaar dan bij appartementen. Daardoor ontstaat er meer horizontaal leidingwerk. Dat heeft invloed op aanlegkosten, temperatuurverlies en vooral op het hydraulisch ontwerp. Bij lange tracés en meerdere aangesloten woningen kan het drukverlies in het bronsysteem flink oplopen.
Daarom wordt een mini-warmtenet technisch interessanter wanneer er bodemwarmtepompen worden toegepast met een geschikte bronpomp en het leidingwerk slim en kort kan worden ontworpen. Is dat niet het geval, dan kan het nodig zijn om het bron- en leidingontwerp zwaarder uit te voeren, extra lussen toe te passen of een externe bronpomp te plaatsen om debieten en drukverliezen beheersbaar te houden. Daarmee wordt het collectieve voordeel al snel kleiner.
Eigenaarschap van het systeem
Bij grondgebonden woningen moet ook de organisatie vanaf het begin kloppen: wie is eigenaar van het gezamenlijke bronsysteem, wie beheert het en welke rechtsvorm past daarbij?
Ook de deelnamegraad is bepalend. Als een collectief systeem wordt ontworpen voor een groep woningen, maar niet iedereen aansluit of later deelnemers afhaken, heeft dat direct invloed op de kostenverdeling, het beheer en mogelijk ook het ontwerp.
Zonder duidelijke afspraken over onderhoud, storingen, kostenverdeling, deelname en vervanging kan een technisch goed systeem alsnog kwetsbaar worden.
Vergunningsplicht en energiemonitoring
Ook vergunningsplicht en meet- en registratieverplichtingen moeten vanaf het begin worden meegenomen. Bij gesloten bodemenergiesystemen met een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer is een vergunning nodig, en bij kleinere systemen kan dit ook gelden wanneer de locatie in een aangewezen interferentiegebied ligt.
Daarnaast gelden bij collectieve systemen meet- en registratieverplichtingen voor onder andere geleverde warmte, geleverde koude en energieverbruik. Die monitoring is belangrijk om te controleren of het bronsysteem blijft functioneren zoals ontworpen. Deze energiemonitoring is verplicht volgens de BRL-regelgeving.
Wanneer is een mini-warmtenet wél kansrijk?
Een mini-warmtenet bij bestaande grondgebonden woningen is daarom vooral kansrijk bij compacte rijwoningen of kleine woningclusters, met korte leidingtracés, goed geïsoleerde woningen, geschikt afgiftesysteem, voldoende ruimte om te boren en duidelijke afspraken over eigendom, beheer en onderhoud.
Veeg de tabel naar links voor de kolom “minder kansrijk” →
| Onderwerp | Mini-warmtenet kansrijk | Mini-warmtenet minder kansrijk |
| Type woningen | Compacte rijwoningen, kleine woningclusters of woningen die dicht bij elkaar liggen | Vrijstaande woningen, ruime kavels of woningen die ver uit elkaar liggen |
| Warmtevraag | Lage of beperkte warmtevraag per woning (goed geïsoleerde woningen) | Hoge warmtevraag per woning (woningen die nog niet optimaal geïsoleerd zijn) |
| Afgiftesysteem | Geschikt voor lage temperatuurverwarming, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren/convectoren | Oude radiatoren of installaties die hoge watertemperaturen nodig hebben |
| Bron Ontwerp | Wanneer het gezamenlijke bronsysteem logisch kan worden afgestemd op de totale gebouwzijdige vermogens- en energievraag | Wanneer de gezamenlijke vraag leidt tot een groot bronveld met veel lussen, waardoor het collectieve voordeel beperkt wordt |
| Leidingtracé / Hydraulisch ontwerp | Korte, overzichtelijke leidingtracés tussen bron en woningen, waardoor het leidingwerk beheersbaar blijft | Lange tracés door tuinen, opritten, straten of openbaar gebied, waardoor veel horizontaal leidingwerk zorgt voor hoge drukverliezen en mogelijk extra lussen of externe bronpompen nodig zijn |
| Nieuwbouw | Kansrijk wanneer bronlocatie, leidingwerk, warmtepompen, bronpompen en afgiftesystemen vanaf het begin goed kunnen worden ontworpen | Minder logisch wanneer individuele bron per woning eenvoudiger, efficiënter en goedkoper zijn |
| Bestaande bouw | Kansrijk bij compacte, goed geïsoleerde woningclusters waarbij de woningen technisch vergelijkbaar zijn | Minder kansrijk bij grote verschillen tussen woningen, beperkte installatieruimte en bestaande afgiftesystemen die niet geschikt zijn |
| Eigendom en beheer | Duidelijke afspraken over eigendom, beheer, onderhoud, storingen, kostenverdeling en vervanging | Onduidelijkheid over wie eigenaar is, wie beheert en wie betaalt bij storing of vervanging |
| Deelnamegraad | Hoge deelnamegraad en duidelijke afspraken vooraf | Onzekerheid over deelnemers, afhakers of woningen die later wel/niet willen aansluiten |
| Totale afweging | Als het collectieve systeem technisch, financieel en organisatorisch aantoonbaar meerwaarde biedt | Als “collectief” vooral complexiteit toevoegt zonder duidelijke besparing of robuustheid |
Wij denken met je mee
Bij Remborg Bodemenergie geloven we sterk in bodemenergie. Juist daarom vinden we het belangrijk om kritisch te blijven op nieuwe concepten.
Mini-warmtenetten kunnen zeker kansrijk zijn. Maar alleen als de locatie, de woningen, randvoorwaarden en de organisatie kloppen.
Heeft u een project waar twijfel is tussen individueel of een mini-warmtenet?
Neem contact met ons opVeelgestelde vragen over mini-warmtenetten
Wat is het verschil tussen een mini-warmtenet en een groot warmtenet?
Het verschil zit in de schaal en de bron. Een mini-warmtenet bedient enkele woningen tot enkele tientallen en gebruikt meestal bodemenergie als bron. Een groot warmtenet bedient hele wijken of steden en gebruikt vaak restwarmte, geothermie of biomassa als bron.
Is voor een mini-warmtenet altijd een vergunning nodig?
Bij een bodemzijdig vermogen van 70 kW of meer is een omgevingsvergunning nodig. Bij collectieve systemen wordt die grens vaak overschreden. In aangewezen interferentiegebieden kan ook bij kleinere systemen een vergunning of melding nodig zijn.
Wie wordt eigenaar van een mini-warmtenet?
Dat hangt af van de gekozen rechtsvorm. Mogelijke opties zijn een VvE, een coöperatie, een aparte besloten vennootschap of een professionele energieleverancier. De keuze is afhankelijk van het aantal woningen, de wensen van de bewoners en de juridische en fiscale voorkeuren.
Past een mini-warmtenet ook bij bestaande woningen?
Ja, mits aan de juiste randvoorwaarden wordt voldaan: goed geïsoleerde woningen, een geschikt lagetemperatuur-afgiftesysteem, korte leidingtracés en duidelijke afspraken over eigendom en beheer. Bij minder gunstige randvoorwaarden is een individuele bron per woning vaak een betere keuze.
Is een mini-warmtenet en een ZLT-warmtenet hetzelfde?
Een ZLT-net en een mini-warmtenet zijn niet automatisch hetzelfde.
Een mini-warmtenet zegt vooral iets over de schaal van het systeem: een klein collectief net voor een beperkt aantal woningen of gebouwen. Een ZLT-net zegt iets over de temperatuur van het net: een zeer lage temperatuur-net waarbij de warmte lokaal nog moet worden opgewaardeerd met een warmtepomp.
Bij een mini-warmtenet met individuele bodemwarmtepompen per woning vallen die twee vaak samen. Het collectieve leidingnet transporteert dan bronenergie uit het gesloten bodemenergiesysteem, vaak rond de 10 tot 14 graden. De individuele bodemwarmtepomp in de woning verhoogt die temperatuur vervolgens naar een bruikbaar niveau voor verwarming en tapwater.
In die configuratie is het mini-warmtenet die gebruik maakt van bodemwarmtepompen/bodemenergie dus ook feitelijk een ZLT-warmtenet.
